Lier, 11 november 2022: De herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van de Eerste en Tweede Wereldoorlog startte met een eucharistische viering in de Sint Gummarus kapel. Nadien werd een bloemenhulde gebracht aan het monument van de gesneuvelden in de Begijnhofstraat en aan het monument op het Militair kerkhof aan de Mechelsesteenweg.
In zijn homilie tijdens de eucharistische viering veroordeelde pastoor-deken Jan Verheyen de oorlog in Oekraïne. Alleen door overleg en positieve ingesteldheid kunnen onze problemen democratisch opgelost worden. Alleen zo kunnen wij in vrede samenleven.
Na deze viering vertrokken de aanwezigen onder begeleiding van de stadsharmonie Leo XIII naar het monument van de gesneuvelden. Daar werden bloemen neergelegd door burgemeester Rik Verwaest, de militaire overheid, Raymond Pirlet afgevaardigde van de oud-strijders vereniging en door Bruno Hazenbosch vertegenwoordiger van The British Legion.
Op de Militaire begraafplaats aan de Mechelsesteenweg werd een gelijkaardige plechtigheid gehouden.
Op het stadhuis hielt burgemeester Rik Verwaest zijn traditionele 11 november toespraak.
Hij onderstreepte de zinloosheid van WOI en alle oorlogen. Een oorlog die door de meeste soldaten niet begrepen werd. Zij moesten wel vechten en hun leven geven voor een conflict tussen rijke machtshebber. Europa was achteraf één grote puinhoop. Niemand kon zich winnaar noemen.
De burgemeester besloot: “Oorlog is wreed. Oorlog is verschrikkelijk. Laten we onze kinderen opvoeden met dat besef. Maar laten we hen ook respect bijbrengen voor de offers die jonge soldaten hebben gebracht voor onze vrijheid. Dank jullie wel, jullie allen die het grootste offer hebben gebracht. We gaan proberen het waard te zijn.” (zie verder voor de volledige toespraak)
(MSL/foto’s MSL)
Toespraak van burgemeester Rik Verwaest ter gelegenheid van 11 november
Vandaag herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog. “De Groote Oorlog”, een naam die het kreeg omdat niemand zich kon inbeelden dat niet lang daarna een nóg grotere oorlog zou losbarsten.
Als we vandaag terugkijken op WO I is dat vooral met een overheersend gevoel van zinloosheid. Een strijd van keizers, koningen en tsaren. Die allemaal neefjes waren van elkaar. Een opgefokt conflict tussen grote wereldrijken die de halve wereld bezaten maar elkaar geen morzel grond gunden. En gewone jongens die hun leven gaven voor een conflict dat ze niet goed begrepen. Ik herinner me een buitengewoon geestige dialoog uit de reeks “Blackadder”, waarin de start van de oorlog door soldaat Baldrick wordt uitgelegd:
I heard that it started when a bloke called Archie Duke shot an ostrich 'cause he was hungry.
I think you mean it started when the Archduke of Austria-Hungary got shot.
Baldrick: Nah, there was definitely an ostrich involved, sir.
Ironisch genoeg eindigde die vier jaar oorlog in een roemloos einde. De keizers en tsaren verspeelden hun troon. Ze lieten een verarmd en verwoest Europa achter, waar niemand zich echt overwinnaar kon voelen. Het leidde tot een krachtige vredesbeweging, gedragen door veel veteranen. “Nooit meer oorlog”, was de leuze. En u vermoedt dat ik die nu ga herhalen.
Maar oorlog is zelden een keuze. Niemand heeft de Oekraïners gevraagd of zij oorlog wilden, maar het is hen overkomen. En ze verdedigen nu hun land met een ongelofelijke moed. Voor hun vrijheid en hun toekomst. Dat is dezelfde moed die de Amerikaanse GI’s en Britse Tommies toonden toen ze ons kwamen bevrijden van de nazi’s, het meest verwerpelijke regime dat ooit heeft bestaan. Als zij hadden gekozen voor ‘Nooit meer oorlog’ en aan hun kant van de zee waren gebleven, dan zou de swastika hier mogelijk nog altijd aan het stadhuis wapperen. Dat zou een gruwelijk prijskaartje geweest zijn voor vrede. Mogelijk gruwelijker dan de oorlog.
Oorlog is wreed. Oorlog is verschrikkelijk. Laten we onze kinderen opvoeden met dat besef. Maar laten we hen ook respect bijbrengen voor de offers die jonge soldaten hebben gebracht voor onze vrijheid. Dank jullie wel, jullie allen die het grootste offer hebben gebracht. We gaan proberen het waard te zijn.